pensioenen

wanneer met pensioen gaan?

De normale pensioenleeftijd is bij wet vastgelegd op 65 jaar. Voor vrouwen geldt tot 2009 een overgangsregeling: zij kunnen met pensioen vanaf 63 jaar als het ingaat in 2005 (geboren in 1942) ; en vanaf 64 jaar als het ingaat in 2006 (geboren in 1942), 2007 (geboren in 1943) of 2008 (geboren in 1944).

Vervroegd pensioen is mogelijk. De absolute voorwaarde is dat je voldoende lang gewerkt hebt. Dat minimum bedraagt 35 jaar vanaf 2005.

Zelfstandigen moeten voor elk jaar dat ze voor hun normale pensioenleeftijd met pensioen gaan 5% van hun pensioen inleveren.



soorten pensioenen

Voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren bestaan er verschillende soorten pensioenen: een werknemerspensioen, een pensioen voor zelfstandigen en een ambtenarenpensioen.
Heel wat mensen hebben een gemengde loopbaan. Zij kunnen dan hun pensioen ontvangen vanuit twee of drie stelsels.

Een tweede onderscheid wordt gemaakt tussen een rustpensioen en een overlevingspensioen.

Als je zelf gewerkt hebt en met pensioen gaat, dan geniet je een rustpensioen. Indien je alleenstaande bent, is dat een rustpensioen voor alleenstaanden. Indien je een echtgeno(o)t(e) ten laste hebt, dan heb je een gezinspensioen. De partners kunnen ook elk een eigen pensioen hebben.

Als je overleden echtgeno(o)t(e) gewerkt heeft, dan geniet je een overlevingspensioen. Er zijn twee belangrijke voorwaarden verbonden aan de toekenning van het overlevingspensioen:
- de leeftijd van de overlevende echtgeno(o)t(e). Om recht te hebben moet de overlevende echtgeno(o)t(e) 45 jaar oud zijn. Deze voorwaarde is niet vereist als er een kind ten laste is of als de overlevende echtgeno(o)t(e) meer dan 66% arbeidsongeschikt is.
- duur van het huwelijk: minstens één jaar met de overledene gehuwd zijn.
Wanneer deze beide voorwaarden niet vervuld zijn, is het overlevingspensioen beperkt tot 12 maanden.



bijverdienen bij het pensioen

Sommige gepensioneerden willen nog wel werken en wat bijverdienen bij hun pensioen.

Als gepensioneerde werknemer mag je een beroepsactiviteit uitoefenen als je voldoet aan de twee voorwaarden:
- verplichting tot aangifte
- je beroepsinkomsten mogen bepaalde grenzen NIET overschrijden.

Je moet aangifte doen van iedere activiteit, die je uitoefent in België of in een vreemd land en die een inkomen kan opleveren. Met inkomen wordt bedoeld:
wedden en lonen, bezoldigingen van bedrijfsleiders, baten uit een vrij beroep en alle inkomsten uit om het even welke andere winstgevende bezigheid.
Daarnaast mag je beroepsinkomsten een bepaalde grens niet overschrijden anders wordt je pensioen verminderd of geschorst.
Het bedrag van de toegelaten beroepsinkomsten verschilt van: de aard van de beroepsactiviteit, de leeftijd van de gepensioneerde, de aard van het pensioen, al dan niet kinderen ten laste en de ingangsdatum van het pensioen.

Andere inkomsten mag je echter onbeperkt bijverdienen zonder risico’s te lopen.
Op inkomsten uit onroerende goederen, kapitalen en roerende goederen staat er eveneens geen beperking.



betaling pensioen

Wie met pensioen gaat, zal voortaan standaard gevraagd worden zijn (of haar) bankrekeningnummer mee te delen. Alleen aan wie het uitdrukkelijk vraagt, zal de postbode het pensioen nog uitbetalen.

De betaling van het pensioen op een bankrekening wordt de regel. De betaling aan huis door de postbode wordt een uitzondering.